voorpagina
voorpagina
zoeken
voorpagina

Realisme in de schilderkunst

Van oudsher werd schilderen naar de werkelijkheid gewaardeerd. In de door het christendom gedomineerde middeleeuwen was het van belang de heilsgeschiedenis zo echt mogelijk te verbeelden.

Zo konden de ongeletterden het verhaal lezen en tegelijkertijd intens beleven.

Want dat is het effect van realistische verbeelding: als iets zo echt is, dan moet het wel waar zijn. Een ander aspect van het realisme betrof de kunstenaars zelf. Zij konden hun talent tonen door de de stofuitdrukking van de kleding, de materie van een interieur en de huid en haren van hun personages. Jan van Eyck was daar een onovertroffen meester in en zijn werk vond veel navolgers.

In de zeventiende eeuw zijn het de Nederlandse schilders die het stilleven tot een geliefd genre weten te ontwikkelen waarbij voedsel en met drank gevulde glazen verleiden tot een greep in het schilderij.

In de negentiende eeuw was het de Franse schilder Gustave Courbet die het realisme weer introduceerde als een momentopname van de eigen tijd. Gewone mensen en hun bezigheden maakte hij tot onderwerp van zijn schilderijen. Dat riep aanvankelijk weerstand op, maar de trend was gezet en anderen namen deze werkwijze over.

Het realisme weet zich te handhaven en in de twintigste eeuw kent Nederland een aantal schilders die zich daar, ieder op hun eigen wijze, overtuigd mee bezig houden. Jan Mankes, Dick Ket, Floris Verster en Henk Helmantel zijn gerespecteerde kunstenaars in deze stijl.

Tentoonstelling

Jan Mankes, Dick Ket, Floris Verster en Henk Helmantel zijn gerespecteerde kunstenaars in deze stijl. Vanaf 4 februari tot en met 13 mei is werk van hen te zien in Museum More in Gorssel.